Calanques

Hmmmmm... Several climbing articles report hotspots for multipitch rocks. The Calanques flirt.

Brecht has one last week without class and I am switching jobs. We succumb..

But to cookiemonster 488kg of most useful carbon with the plane.. or 510kg with the car...? Nomnom-nom? Rather not if the TGV brings us to the Mediterannean in no time.. 'only' spilling 16kg of carbon (incl. underaverage horrid infrastructure).

Colombus tried if it's possible to sail around the flat world map. We try if it's possible to go on a blitz cheap yet low-impact climbing trip. This parching economic system doesn't permit to take the time.... (dwelling alarm).

Pic out of Google's internet-dragnet.

I take Denis' topos with me and read online. A bunch of webpages praise the national park high in the internet sky with deafening hymns... September or october? Perfect for walking.. You.. Are... Welcome.. Yeah, you! Give up yourself unto the moment, the time is now! Would be a shame not to. Shucks! Calanques, you! You Calanques! Calanques everywhere, Calanques tu le manques! Calanquescalanquescalanques!

Ok then.

Cassis

Tuesday. Early eve. We pitch a tent. Then we leave Cigales behind. We stride onwards, away from the one and only camping. Downhill. Cassis, through the village. No one has to tell us whereto. There she is, glimmering.. La mer. Qu'on voit danser.

Locals eagerly sell us walking maps of the national park (sadly only 1 of 10 across all French territories). The sky is clear blue and the sea glisters. In the distance, away from Cassis' shore, we already see rockformations getting more and more whimsically shaped. Our arms tingle. Sweaty and impatiently we squeeze the walking maps tight. To the park!

Colombus' bumped into America. At the fringes of the park, we do into a giant black interdiction flag. Three Italian climbers look hastily around as the promise of a brave new world unfurls beneath a clear blue sky. Google knows nothing, climbingfora nothing and everyone just moments ago was selling us topographic maps.

I find a French government webpage with the adress consisting of a lot of numbers and symbols. It was probably easier to find and hire a serial killer on the dark web. Anyway, we now know there is an interdiction to enter the park. Since weeks. Evil-doers are drought, the mistral wind whipping madly around.. and arsonists. Just outside the fringes we climb at Port-Miou. Tomorrow I will fix a rental car and drive us to Chateauvert (1h10') or Buoux (1h25').

Top: First evening. French government map shows BLACK ALERT in the National Park of Calanques (zone 22).
Bottom: Indication of different crags.

Castelvieil

But a miracle happens. The morning starts with a new status online flashing RED instead of BLACK. Meanwhile somewhere the gendarmerie holds an arsonist by the scruff of his/her neck. So we run. Destination rock.

Mini rock beaches pass. We infiltrate deeper under and through the garrigue bush, up, following an obscure trail. Few last tourists disappear out of sight as they wonderingly watch how me and Brecht must be Rambo-ing up a slope with a dubble rope tight 'round each shoulder.

I solo over the Trou du Canon. It's a bit crazy. So is the audience for the routes we are heading to. WHOOOOOSSHH.. I gasp for breath.. uppercut of a 140-meter drop.. then a lion king rock.. followed by a dark overgrown crevice. We crawl up. On its naturally formed stairs we wind up at the light on top. On the otherwise unreachable plateau only climbers strand. Sun burns. No mercy.

Brecht and me come to the abseil sans retour.

Several lowerings on the rope bring to the start. We balance on the cliff hanging above the thundering water. There's one multipitch here: Rêve de Pierre. Amidst the crashing waves behind us we softly hear a touristboat coming through. Later when the midday sun comes around the corner I'm already several pitches up. I think I hear a megaphone, I discern a vessel, a river cruiser not worthy for the sea. People point, I look around.. Whut? In the late afternoon we heave ourselves over the edge on top.

We abseil and scramble down.

The walk home quickly becomes an exploration to a pinnacle we see near En Vau. The narrow rock beach is empty, that I notice looking out from the first pitch of a technical variant of Sirène Liautard. The pitches reach more than hundred meter up to the top.

Five pitches on Sirene later Brecht joins the top. Sun's just gone, not even lighting lone planes high in the stratosky. I take my headlamp and head down into the first of two 50m abseils. This desoriented guy passes through a labyrinth of overhangs and comes upon a two split. I have no chance to come back on my plunge down at my side of the block. Again. Now I have to do a little king swing. The pinnacle divides in multiple pinnacles. My headlamp shines on nothing I recognize. This is more intimidating than it should be. Following my gut I nicely land at the next abseilring, with barely one meter of rope left.

View from Sirene, showing the silhouette of our earlier approach of Rêve de Pierre. Left of the window one finds le Trou du Canon.

The next 50m-abseil brings the ground back to us. We walk home as the moon lights up, above the steep walled valley, through the branches of Allepo pines. On the sea cliffs we barely heared anything else than the whipping wind and waves. Now we hear the whisper of a nightingale echoing across the steep valley walls.

Return hour: half past ten. Within a jiffy climbers are on our tent spot. Out of the blue we are the moderators of a climbers' café and library. Besides, the camping is mostly taken over by couples among whom also a few Belgians.

Cap Canaille

Na tevergeefse zoektocht naar het Kariboe-filiaal in Cassis, trokken we naar de kust aan de andere kant van de baai.. Cap Canaille. De okerkleurige rotsen staken als een apart gebergte uit de zee in de verte.
Ze geleken in niks op de parelwitte Calanques. Het was droog, we wandelden hoog, de zon scheen en een brandtoren schitterde in de zon. Opeens kwamen we aan een 'Lion King'-rots over de zee, met parking, veel mensen en bijna evenveel selfiestokken.

We vertrokken in onze rappels en al snel niemand meer in de verste verte. Dwars uitstekende pinnen en brokken zoefden voorbij. Wat zijn wij begonnen? Lage wolken bedekten alles tot de horizon om later als galloperende paarden op ons af te stijgeren. Op Ouvreur de bouse (koeievlaairouteopener) startten we in Bourreur de rousse (roodharigenstamper). Ook op de wand: Tireur de mousse (soort professeur Bras de Beurre) en Une porcelaine dans un magasin d'éléphants. Uh, boven! 't Was nog goed licht. Een salvo flitsen trok over ons, safarievoer, heen, maar niet zonder dat we een paar fotookes van de toeristen terugnamen.

Les van de dag: als ge uw rugzak in de struiken verstopt om af te dalen, en er steken sappige amandel-koffiekoeken in, dan eet ge mieren als ge bovenkomt. Ingenesteld in het kruim waren ze een beetje zoals wij in de multipitch vol brokken en gaten. Andere mieren zaten gezellig alleen of met twee onder een amandelschilfer. Ik leerde al snel dat dat elke amandelschilfer was. Maar ge had de koek moeten zien en de miertjes kriebelden niet in de mond.

In de verte piepte boven het wolkendek een onbewoond eiland uit. Lang geleden was het een wachtpost van de Romeinen.. en terecht want sakkerdepitjes Saracenen. Antoine de Saint-Exupéry (Le Petit Prince) stortte hier met zijn Lockheed P-38 Lightning neer, een maand na D-Day, om nooit meer te zijn gezien of gehoord.

Recent ontdekten duikers dat de geschiedenis veel eerder teruggaat. Met grotere ijskappen, lagere zeespiegels, lag een 100 meter lange onderwatergang hier droog om recht naar een immense grot te leiden.

Af en toe in 8.000 jaar hebben sommige van onze voormoederen grotschilderingen achtergelaten in de Grotte Cosquer, die wellicht nog anders heette zo 25.000BC-17.000BC, zo 50.000 jaar na de vermoedelijke quasi uitroeiing van de mens na de uitbarsting van de Toba 20.000 kilometer verder, waarop de pakweg 5.000 overlevenden – ons voorouders samen met later uitgestorvenen – relatief snel op andere plaatsen in de wereld zijn geraakt, maar het was toch nog 10.000 jaar voordat onze voorouders stillekes aan, bepaalde van hun gebruiken met planten echt efficiënt gingen aanpakken met zaad, veredeling en bodembewerking.. landbouw.. Neolithicum! Maar toen was het niet meer zo koud en was de zeespiegel intussen hoger, de grot onderwater, en de 300-meter hoge wand van Devenson wellicht een eerste pitchke kwijt :(. Voor een relevant klimverslagje over de Calanques, kan ik u nog altijd doorverwijzen naar Wim.


 

La Candelle

Multipitch: Armata calanca, occitaans voor 'fort Calanques'.

Lengte: 365m.

Terug: Half twaalf..

Hoe kwam dat nu weer? We weten 't niet. Trust me, I’m a luakker. Eerst moesten we 12 ruige kilometers stappen tot de top van La Candelle (425m boven de zee) en dan via de kust haar zuidelijke sokkel bereiken, met naast ons afgrond en azuurblauwe zee en af en toe een blok er in met een boomke op. We zochten met twee een half uur naar de start van de route op onberekenbare hellingen.

De ene 6a(+) volgde na de andere. Continue. Delicaat. Lang. Paskes die ik nooit gedaan had. Regletten die ik had willen inkaderen. Vaak maar 1 verstopte oplossing. Dit was met niks anders te vergelijken van wat we hier in de Calanques gedaan hadden tot nu toe. We dachten gewoon eens een van de hoogste multipitchkes te proberen. Aanrader.

11 lengtes. En het had al heel de dag licht gedruppeld, maar nooit dat regen het klimmen beïnvloedde. Op het einde pakten we iets evidentere routes, om voor de regen boven te zijn, en voor het donker uit het rotswandenlabyrinth te geraken. Helemaal bovenin, nog 40 luttele meters van de top, volgde een 5b-gleuf tussen twee torens, met 1 haak mooi in het midden van deze donkere flipperkast. In de topo had “equipée en esprit” gestaan en het had goed geklonken. Het was het niet. In het boek ‘Escalade plaisir: Alpes du Sud, Provence' op Google Books vond ik de route, nu ja, ik vond twee streepkes van de rots waarbij eigenlijk beneden stond: “NON!”.

De lage zon scheen onder een uitgestrekt wolkenschild door, rakelings over de zee waar we ver op uit keken, met blauwige misten die erover hingen. Ik had dit nooit eerder gezien, ni op Google Afbeeldingen, ni in een disneyfilm. De Lion King had er wel mee kunnen beginnen. Warmgele gloed werd rood waar ze de zuidwestgerichte rots raakte. In de verte kregen diep azuurblauwe nevels net boven de zee iets paarsachtig. Terwijl glansde het land in gans andere willekeurige kleuren.

Toen viel de avond. We probeerden stijgend uit een claustrofobische kloof te geraken, in een brousse van planten, kiezels en rotsen. De kloof werd steeds nauwer.. De trappen hoger, met minder bakken. Na lang geklauter werd het te gevaarlijk en keken we achter ons, onder ons, neer op wat we de ganse tijd doorgekropen waren, de jungle van boomkes, struiken, klimplanten, kruiden.

Het was een moeilijke uitwandel en het heeft wat kleerscheuren gekost voor we op een bewandelbaar pad konden aansluiten. We waren die dag 10-20 kilometer het natuurgebied ingedrongen en zagen nu de lichten van Marseille (*) in de verte. Ik besefte dat we deze vaak druilerige dag exact 0 mensen hadden gezien in de wijde omtrek van kilometers. Niemand zou dit gepland hebben. Wij eigenlijk ook niet. We trailliepen terug naar de camping, door een flashflood. We sprongen van steen naar steen, in een nacht die ergens toch nog niet op de nacht leek, met nog lichtgevende mist over de zee. Microscopisch klein brandde in de donkerblauwe nevel het gele licht van een riviercruiseschipje en een vissersboot.

Dicht bij het dorp kregen we een korte lift door het nationaal park, van een bejaarde vrouw die in het midden van het bos reed met twee bejaarde mannen. Ze kenden elkaar precies allemaal al lang. Veel later, iets voor middernacht, stonden we op de camping en wat stond daar? Een grote fles plaatselijk La Cagole bier, van een koppel Zwitsere klimmers.

En Vau

Yosemite climber Mike Graham at En Vau, 1976

De laatste dag wandelden we naar En Vau waar we konden sportklimmen. Verwacht: heel gladde routes die gewoon waren behaakt om hun ligging bij het populair rotsstrand. Gekregen: deftige luchtbehaakte routes, niet zo glad, en de moeite. En veel supporters. Ik sprong in het maximumsterrenwater (volgens de Franse controleoverheid). Ook een doorschijnende roze kwalfamilie moet dat gevonden hebben. De dag liep op een einde, we ontmoetten nog Vlaamse studentes en ik moest meermaals concluderen dat Morgiou toch te ver nog is om werk te maken van een grot met een azuurblauw gloeiende bodem en om er terug uit te klimmen 4 lengtes Prends moi sec au-dessus du lagon bleu.

Marseille

In de nacht in Marseille ontmoetten we tegen het station nog een Roma-dakloze, Chobba, die maar al te graag de warmte van zijn gasvuurtje deelde en zijn weinige eten, zoals hij dat gedaan had als kind in Hongarije waar hij ooit is gevlucht.. Glunderende ogen, weinig tanden, beetje gevochten vroeger zei hij.. Thai-boks, gevangenis. Maar iets had hem vredevol gemaakt precies. Misschien de splinternieuwe mountainbike, de dikke alpiene jas, de felrood glanzende rugzak, de meest professionele Fingershoes aan zijn voeten, en vele nog verpakte outdoorwinkelgadgets.

Later hadden we onze trein.. Zes uur vlammen.. Zo dit verslag hier. We flitsten oneerbiedig snel door la douce France, door de Lubéron en heel de Provence, Rhône-Alpes, het vroeger koninkrijk van Bourgondië, Île-de-France, onder Parijs, Picardië en België. Dan stralend weer. Maar het seizoen verandert.

 

Note:

(*) Dat is het equivalent van elk een stuk kalfsvlees eten. Bovendien misbruikt de TGV geen medezoogdieren en verkwisten we zo minder dan duizenden liters zoet water.

 

 

 

Alpine climbing in history

(*) Marseille is de tweede stad van Frankrijk, met een bevolkingsaantal gelijk Antwerpen-Centrum. Grieks ontdekkingsreiziger Pytheas was Marseillaan, maar ook Gaston Rébuffat. Na WOII opende hij Alpiene rotswanden die onmogelijk heetten.. Lijnen die hem aanspraken als Calanqueswanden. (Foto's: Gaston Rébuffat in de Alpen. Let bijvoorbeeld op hoe de gordel zoals we die vandaag krijgen, verre van bestond.)

In dezelfde periode richtten de grote Europese naties hun kolonisatiedrang op ongezond hoge toppen in de Karakoram en Himalaya. Gaston Rébuffat kreeg de vraag om een verre toppenjacht bij te staan, zoals ook Hermann Buhl en Walter Bonatti. Deze expedities gokten respectievelijk op beruchte menseneters Annapurna, Nanga Parbat en Chhogori (K2).

De drie klommen, artiefden, en verschilden in stijl van de groep. De gezelschappen belegerden de berg met zuurstoffles-gesleur, afval, dragers en prepareerders. Ze bevolen kant-en-klare klettersteigs van manila/nylontouw en ladderparcours.. Precies zoals files van toeristen vandaag doen op enkele bekende bergen met marketingwaarde. Rébuffat, Buhl en Bonatti maakten dodelijke nachten mee door traagheid van de toppenkoortslijders.

Bonatti’s gruwelijke (letterlijk) bloedstollende nacht, afgezonderd boven 8000, bleek later de opzettelijke schuld van een venijnige vrijbuiter, als was die op zoek naar de schat van de Sierra Madre. Ze rekenden erop dat Bonatti zich als prille twintiger makkelijk zou laten doen op de Chhogori (K2). Ervaren pionier en eerder verzetsstrijder Riccardo Cassin was met leugens thuis gehouden. Bonatti de student voorkwam meermaals doden en loodste de goudzoekers door de ‘bottleneck’. (In plaats van er rotsklimmend rond te gaan, zoals de enigen die er eerder al raakten: klimpionier Fritz Wiessner met local, 15 jaar daarvoor, net voor WOII. Fritz blies na deze extra moeilijke crux, 3-4 kilometer boven de vallei, het circus af, vlakbij de top, om zijn bevriende Pakistani-kompaan veilig te kunnen laten afdalen.)

(*)

Terug naar ons onderwerp: Marseillaan Gaston lette op een hechte Franse bende (samen met die andere noordwandpionier van toen, Lionel Terray) en zorgde er meermaals voor dat de Franse gladiatoren (die dachten te kunnen vechten tegen hangende seracs) levend thuis geraakten.

31% à 45% doet dat niet (huidig relatief fataliteitencijfer ten opzichte van het aantal mensen die de berg getopt hebben), al is de weg naar de top van Annapurna I intussen uitgebreid doorverteld. De gok is in statistisch opzicht (en statistisch kan je dit bekijken want iedereen is bij grove benadering gelijk voor de willekeur van de seracmuren en lawines) te vergelijken met Russische roulette, waarbij je aan het begin zou zeggen meteen twee keer de trekker over te halen, of als dit al drie keer is gedaan zonder schot, alsof je nu als volgende de trekker overhaalt.

*uitwijdingsalarm*

Alleen al in conflictgebied Goma (Congo) riskeren 100-en ondernemende lokale dokters hun leven, terwijl een hoek van de KBF-website zorgvuldig bijhoudt wie de dood riskeerde om eerste Belg te heten die worteltjes luste, op de tweede hoogste berg met een priemgetal in het hoogtecijfer, ten opzichte van het equipotentiaalvlak dat de geoïde vormde van 1980. Met kolom voor al dan niet extra zuurstof. Geen plaats voor Gasherbrum IV met net geen 8000-getal. Geen vermelding voor dragers, ladderhangers of gidsen... (Na de Italianen duurde het 23 jaar tot de volgende expeditie naar de K2, i.e. toen een team Japanners een huurleger optrommelde van 1.500 lokale bewoners.) Bon, that escalated quickly.. L'escalade.

Over Karakoram en Himalaya gesproken: het nieuws gaat dat de sneeuwpanter 't terug beter doet.

Laat dit geen pleidooi zijn voor de latere dichotomie van alpienstijl-expeditiestijl, wanneer bijvoorbeeld Messner en House zich op de borst kloppen dat zij alpiene stijl klimmen. Na de Perestrojka maken ze met lawaai en neerbuigendheid kennis met succesvolle expeditiestijl van Russen, blind voor de evengoed Russische beklimmingen in alpiene stijl. Discussie teveel. Niks zegt dat klimmekes niet kunnen op manieren die de Russische teams om historische redenen geleerd hebben.

Wat wilt hij dan? Een nummertjesjager? Die soloot om na enkele gokken op diens Wikipediapagina ook een sterftedag te krijgen? Of een David Lama? Die een gigarotswand vrijklimt, maar terwijl wel met tien camera's rond hem, om zich naar buiten duidelijk te kunnen profileren als een product net als Messner? Tien camera's die allen een lange lijn pitons naar de top hamerden om langs alle kanten op, onder en langs de top te schurken als bromvliegen in de zomer? Voor sensationele flitsende beelden voor een reclamecampagne voor een fabrieksdrankje met op de verpakking een roodgeschilderde koe? En nee niet de sympathieke koe van La Vache Qui Rit. Hier geen opmerkingen over? Maar Odintsov zou naar verluid disrespect hebben voor de berg die hij vond?

De noordwanden die Odintsov op de Russisch aangeleerde manier opende.. Man. Messner is misschien niet de zoals-hij-zich-market straffere man. Geen van Odintsov's comrades liet graag touwen achter op de berg. Bovendien, in de aangeleerde stijl was de regel tegelijk dat mensen in nood verplicht geholpen moeten worden en alles zowiezo afgeblazen bij een ongeval. Ze willen op de top staan met een team en niet met twee vrijbuiters die hun teamleden gaan uitmaken achteraf.

Je kan zelfpromo lezen van klimmers Messner tot Caldwell, maar je kan ook iets minder gesponsorde verhalen lezen van schrijvende klimmers Greg Child, Mark Synnott.. Overigens publiceren The New York Times en The Guardian soms zorgvuldige artikels specifiek over klimmen.

</