coldfingerweekend

Laatste maand weddenschappen knallen. You can’t always get what you want, but if you climb for Jesus sometime, you might find, you get what you need.

Voorbereiding

Blijkbaar bewaakte een LUAKzetel een archeologische schat: verplichte lectuur van enkele schooljaren geleden. Linus schreef er over de oorsprong van het coldfingerweekend: ijsberekou. Deze keer viel dat mee. Eekhoorns dyno'den door de boomkruinen, mensen in de Leuvense straten deden raar en crashpads wandelden hen voorbij.

The blue bus was calling us. Naar het grote bos! Dat je vanuit de ruimte kan zien moest je daar al eens passeren. Zo groot dat het bos tussen haar naaldbomen een endemische boom schuilhoudt: de eetbare Fontainebleau-elsbes (Sorbus latifolia).

Still glaring from the Fontainebleau city lights, into paradise I soared. Bonkend, rijdend, het bos in. De anderen waren verschillende keren van "zeker dat het hier is?".

Dag 1

Bij het opstaan verschenen de eerste LUAK’ers uit de mist. Ook present: LUAK+ leden die zich dit jaar om onbekende redenen onder onze leden mengen, en die verkeerdelijk initianten werden genoemd (= Leuvense Universitaire Alpinistlustende Kannibalenclub, lang verhaal).

Voor elk van de dagen werd er gekozen voor een klassieke zanderige sector met typische Bleauboulders, hmmmmm.. telkens weer tijd nodig om te wennen aan de subtiliteiten en bewegingen van de rots, soms een heel dunne lijn tussen onmogelijk en het probleem oplossen. De boulders hebben daarnaast het fantastische voordeel dat er geen kerel vanonder u uit een deur komt en in het Yvoirs dialect iets begint te zeggen over een huis.

Sebastian en Amber hingen een 25m-slackline op een geniale plaats, over een put tussen twee bomen. Er waren honden, Parijzenaars EN hoge boulders. Tijdens het klimmen leek de lucht ijler te worden en door de hoogte hoorde je ni of ze beneden “gewoon gaan” of “dood gaan” riepen.

Tegen den donkere stootten deze hulpeloze klimmers op een onweerstaanbaar verlokkelijke 6C. This monkey's gone to heaven. Sommigen ook net niet. - "Ge zijt dat manneke van Da Vinci. Ge kunt zo niet verder.." - "Euh..walvissen.....statisch spartelen.." Uiteindelijk moesten we het basecamp opruimen en de boulders achterlaten met een vers laagje magnesium. Het pofmonster lag wellicht al likkebaardend op de loer.

Dan volgde afterbouldereten op de klassieke plaats waar je bekend volk tegen het lijf kan lopen - de pizzeria - en dan was er ‘fleskestokske’.

Dag 2

De volgende dag ontbreekt hier. Het was een frisse heldere dag. Ons buske reed wat vroeger weg. But let’s not talk about fare-thee-wells now. Iemand mag dus een echt verslag schrijven en voor mij kreeg het nog een staartje: enkele ontmoetingen, dorpjes en mensen die dinosaurusgebaren deden later (“Oui, grimper”). Piot’s verslag bij terugvinden van de klimmers met wie we afspraken, over Bleau en “die uniefkes”, was een aanrader.

Doorgereden

Elke nacht krakende vrieskou. Dat wel, als ik de fuckyou’ers mag troosten. En naar aloude traditie scheurde ik onherstelbaar al mijn broeken. Long story short: wie een spotgoedkope nieuwe fluostiftgele broek wil wisselen voor een van hem/haar, zeg het. Een andere traditie die ik daarentegen wel in ere wil houden is die van Wim, van de bonusfoto bij een verslag. De foto van Gilles (ex-Bleau, Vertical Thinking nu, bij wie we enkele dagen aansloten, in april gaan ze naar Gorges du Tarn, noteer) op een miniscuul rood clownfietske, van een zelfgemaakt rampcomplex donderend, momenten nadat hij net niet subtiel genoeg wegsloop, op een uit-de-handlopende avond, nadat de mannen in ons buske een oude skateboard terugvonden… die foto, die is verwijderd. Een andere bonusfoto: